Home

–UNDER CONSTRUCTION —

Kom gauw weer bij ons terug! Wij komen snel met nieuwe informatie.

AGENDA

De volgende activiteit is een heel bijzondere! Op donderdag 16 juni 2016 verzorgen gerechtsdeurwaarder Maarten Verheij en bewindvoerder Martje Denayere een lezing voor Ex Tunc.

Dit is een UNIEKE kans om een blik achter de schermen te krijgen uit de praktijk van de gerechtsdeurwaarder en de bewindvoerder.

Het tijdstip en de exacte locatie in Utrecht zijn nog niet definitief bekend.  Zodra dat wel het geval is zal het bestuur dit communiceren via deze site en via mail.

Noteer die 16e juni vast in uw agenda. Mis het niet, kom ook en meld u aan: extunc@ou.nl 

 

LEES hier het verslag van de excursie op 18 april 2016:

EX TUNC OP BEZOEK BIJ POLITIERECHTER

Door Rob Nelisse

Op 18 april 2016 woonde Ex Tunc een zitting van de politierechter bij in de Rechtbank Utrecht. Die namiddag dienden onder andere navolgende twee zaken:

Zaak B: diefstallen in vereniging bij Mediamarkt

Voor verdenking van een vijftal diefstallen in vereniging, gepleegd bij twee vestigingen van de Mediamarkt in Amersfoort en Nieuwegein, stonden de zussen Brigitte B. (’91) en Martine B. (’89) terecht samen met verdachte Remco J. (’88). Allen zijn afkomstig uit Amersfoort. Remco is de vriend van Brigitte; zij wonen samen. De drie stonden gelijktijdig terecht, hoewel hun zaken niet waren gevoegd. Ieder stond dus terecht in zijn eigen zaak.

De buit bestond uit onder andere een iMac mini, een iPhone en een tablet van een ander merk, met een gezamenlijke waarde van € 1905,62. De daders gingen omzichtig te werk, waarbij ze poogden om hun handelen te verhullen voor de beveiligingscamera’s van de Mediamarkt. Uiteindelijk zonder succes, want later werd de diefstal op camera herkend en was het trio alsnog de sigaar. Inmiddels hadden zij de gestolen waar via Marktplaats te koop aangeboden en verkocht.

Na hun aanhouding hebben de verdachten alle drie een volledige bekentenis afgelegd, ook over het feit dat ze de feiten in vereniging hadden gepleegd. Deze openheid van zaken merkte de OvJ in haar requisitoir aan als verzachtende omstandigheid. Verder was zij heel streng: “Ik vind het ronduit stom dat jullie deze spullen gepikt hebben. Het feit dat jullie dit samen gedaan hebben zie ik als een verzwarende omstandigheid. Het gaat om dure spullen.” Gezien de volledige bekentenis achtte zij de diefstal wettig en overtuigend bewezen.

“We konden niet rond komen”

Het motief van de verdachten voor de diefstal was de hoop om een structureel geldgebrek te kunnen verhelpen. Ten tijde van het vergrijp zaten alle drie zonder werk en ze konden niet rondkomen van hun uitkering.

De Officier eiste voor alle drie een taakstraf van 120 uur, waarvan 40 uur voorwaardelijk, om te voorkomen dat ze weer in de fout zouden gaan. Verder eiste ze toewijzing van de vordering van de benadeelde partij voor de geleden schade.

De verdediging bleek niets méér te kunnen bepleiten dan de OvJ reeds had gerequireerd. De raadsman van de beide zusjes poogde nog het OM niet ontvankelijk te verklaren inzake de toewijzing van de vordering van benadeelde partij, vanwege een vormfout. De vorderingen van Mediamarkt waren namelijk ‘io’ ondertekend.

Verder voerde hij als verzachtende omstandigheid aan dat zijn cliënten ‘first offenders’ waren. Een voorwaardelijke taakstraf met een proeftijd van twee of drie jaar zou genoeg zijn. “Het waren laakbare feiten, zeker. Echter, de drie hadden meegewerkt met de politie en ze hadden niet om de hete brei heengedraaid.” De raadsman van J. riep ook op tot strafmatiging.

Dure artikelen

In hun laatste woord betuigden de drie hun spijt voor de vergrijpen. De politierechter achtte de diefstal wettelijk en overtuigend bewezen. Vooral het medeplegen rekende hij de verdachten aan: “U heeft samen gepoogd om uw daden te maskeren. Het gaat hier niet om rolletjes drop, maar om dure artikelen. De marges daarop zijn heel klein. Om dat terug te verdienen moet je heel wat apparaten verkopen. Daar staat tegenover dat u bekend heeft. Dat komt tegenwoordig niet vaak meer voor. Daarmee behoort dit tot de categorie ‘Oh, wat ben ik stom geweest.’“

De politierechter vonniste ieder tot 80 uur voorwaardelijke werkstraf met een proeftijd van twee jaar. Een deel van de vordering van benadeelde partij werd niet toegewezen vanwege niet-ontvankelijkheid van het Mediamarkt-filiaal in Nieuwegein. Resteerde het bedrag van € 1276,- exclusief de wettelijke rente, want die niet was gevorderd, of bij niet-betalen hoofdelijk 23 dagen hechtenis. Tot slot waarschuwde hij de daders: “Jullie hebben nu iets boven het hoofd hangen. Laat je dus niet weer in de verleiding brengen!”

De zaak H: bedreiging met een mes en geweldpleging in een steeg in Wilnis

In deze zaak wordt aan de 26-jarige verdachte H. ten laste gelegd dat hij, feit 1, de jongen L. met een keukenmes vanuit het raam van zijn woning bedreigd heeft, waarna hij naar buiten gelopen is en hem, feit 2, bij de keel beetgepakt heeft en tegen de muur opgetild. Bij dat laatste is er, derde feit, schade ontstaan aan de jas van L.

De verdachte H. is een naar eigen zeggen autistische persoon die lijdt aan het borderline-syndroom. Hij leidt een teruggetrokken bestaan en heeft geen baan. Dagelijks traint hij in “een klein sportschooltje” in de buurt, waar ze hem goed kennen. Verdachte kan moeilijk omgaan met onverwachte gebeurtenissen. Toen hij L. aantrof met één been door het openstaande raam aan de begane grond van zijn steegwoning in Wilnis, sloegen bij hem de stoppen door. H. dacht te maken te hebben met een inbreker. Hij beet de jongen, die deel uitmaakte van een hele groep jongeren die rond zijn huis rondhing, toe dat hij moest ‘opkankeren’. Een mes zou hij daarbij echter niet hebben gebruikt.

“… bij de kraag gepakt…”

Nadat hij een glas water had gedronken, en zichzelf enigzins tot bedaren had gebracht, snelde hij naar buiten waar de groep jongeren nog steeds rond zijn huis stond. Vervolgens pakte hij L. bij de kraag en maande alle jongeren in krachtige termen om te wieberen. Door meerdere jongeren zijn getuigenverklaringen hierover afgelegd. De schade aan de jas en trui die hiervan het gevolg zou zijn wordt door slachtoffer begroot op € 434,94. Van beide kledingstukken is een originele aankoopbon beschikbaar.

In haar requisitoir meldt de OvJ dat H. een verleden heeft met meerdere geweldsdelicten. Hij zit in de proeftijd van een voorwaardelijke gevangenisstraf en heeft bovendien het contact met de reclassering over deze straf opgebroken. Ze rekent hem aan dat hij tegen die achtergrond de nieuwe feiten gepleegd heeft.

“Ik geloof u niet! U heeft niet goed nagedacht toen u met het mes dreigde. Het is gewoon zo gegaan. Het feit dat een getuige uit zichzelf heeft gemeld dat u bij het buiten komen geen mes meer bij u had, impliceert dat u bij de eerste bedreiging wel een mes gebruikte. Ik acht de feiten wettig en overtuigend bewezen dankzij de getuigenverklaringen,” zo poneerde de Officier haar kijk op de zaak. Ze eiste tenuitvoerlegging van de eerdere straf, wegens het niet voldoen aan de voorwaarden. Voor het nieuwe feit eiste de OvJ een gevangenisstraf van vier weken, waarvan twee voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. De vordering van de benadeelde partij is toewijsbaar, echter niet voor het volledige bedrag maar wel voor de waardevermindering van de jas van € 100,- en de trui volledig voor € 34,-.

niet meer dan gepast geweld

De raadsman van H. hield een krachtig pleidooi voor vrijspraak op alle punten. Mijn cliënt is te lief geweest dat hij geen aangifte heeft gedaan. Je zal maar mensen in je huis aantreffen. Het kijken in de woning is een typische inbrekershandeling. Verder is er in het geheel geen mes aangetroffen. Er is geen bewijs voor; het OM moet van heel goede huize komen om dit bewezen te verklaren. De groep is na het eerste voorval nog vijf minuten blijven rondhangen. Toen H. getergd naar buiten liep heeft hij L. bij de kraag gepakt. Dat is gepast geweld, niet meer dan dat! Tja, en die getuigenverklaringen zijn stuk voor stuk afkomstig van de vriendjes van L.” Verdachte heeft gehandeld uit psychische overmacht en er is sprake van proportionaliteit en subsidiariteit. Raadsman appelleert zelfs aan art. 53 SV ter rechtvaardiging van gepast geweld bij insluiping, waarvan volgens hem sprake is.

De rechter vond het nodig om zich, na het hout snijdende pleidooi van de raadsman, terug te trekken in de raadkamer. Na overweging luidde zijn vonnis: “Ik acht de bedreiging met het mes niet overtuigend bewezen. Ik mis hier de rechterlijke overtuiging dat er een mes gebruikt is. Ik kom ook niet aan voorwaardelijke opzet. Op het eerste feit volgt dan ook vrijspraak. Voor feit 2 leg ik een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op van twee weken met een proeftijd van twee jaar. Verder verleng ik de vordering tenuitvoerlegging van de oude straf met 1 jaar.” Rest voor H. een vermaning van de politierechter: “Meneer H, u heeft een heleboel boven uw hoofd hangen. U heeft er nu geen last van maar u bent wel gewaarschuwd.”

Laatste update: 22 mei 2016